Ik en mijn familie
Hoi! Ik ben Yvo. Ik ben 10 jaar en ik ga je iets vertellen over erfelijkheid.
Maar eerst stel ik je voor aan mijn familie. Hier zie je mijn moeder en vader, mijn broer Ruben en mijn zus Iris.
Ouders en kinderen lijken vaak best wel op elkaar. Dat is bij ons ook zo: Ruben, Iris en ik hebben dezelfde kleur haar als mijn vader. Maar ik heb dezelfde kleur ogen als mijn moeder.
Kinderen lijken dus meestal op hun ouders. Dat komt, omdat vaders en moeders hun kenmerken en eigenschappen doorgeven aan hun kinderen. Die dingen die van je ouders krijgt, zijn erfelijk. Je lengte of je schoenmaat zijn voorbeelden van erfelijke kenmerken. Bij erfelijke eigenschappen kun je denken aan hoe muzikaal je bent of hoe goed je bent in sport.
Sommige kenmerken en eigenschappen die je van je ouders erft, zijn leuk. Maar er zijn ook minder leuke dingen.
Soms heb je een aanleg voor een eigenschap van je ouders gekregen, maar moet je er nog iets extra’s voor doen om het te merken. Bijvoorbeeld heel goed oefenen om te laten zien dat je muzikaal bent of dat je goed bent in sport.
Hoe zit dat?
Misschien weet je dat er in je lichaam cellen zitten. Dat zijn de bouwstenen van je lichaam. In bijna al jouw cellen zit jouw combinatie van eigenschappen en kenmerken: je DNA. De ene helft van je DNA krijg je van je vader en de andere helft van je moeder. Een stukje DNA voor een eigenschap of kenmerk heet een gen.
Het DNA van je vader en moeder samen zorgt ervoor hoe je eruit ziet en hoe je bent. Zo heb jij bijvoorbeeld dezelfde oogkleur als je vader, maar dezelfde kleur haar als je moeder. Je bent dus niet precies hetzelfde als je ouders, maar je lijkt er wel op.